Het klassieke Athene wordt beschouwd als de bakermat van onze democratie.
Aan die zogenaamde democratie namen echter alleen de vrije mannen, dat wil
zeggen slechts 10% van de bevolking deel.
Eigenlijk was Athene dus eerder de bakermat van de oligarchie, een politiek
stelsel dat wordt bestuurd door een kleine elite.
Tot in de 20ste eeuw werden de meeste naties geregeerd door oligarchien.
Pas na de Eerste Wereldorlog toen het algemeen kiesrecht in Europa werd ingevoerd
en ook vrouwen mochten deenemen kon men van een democratie spreken.
Ook binnen democratiën geldt echter de zogenaamde ijzeren wet van de oligarchie.
Deze houdt in dat ook in democratiën elites steeds weer de neiging vertonen
om zoveel macht te vergaren dat er feitelijk sprake is van een oligarchie.
De elites die via verkiezingen aan de macht komen omdat zij beloofden het volk
te dienen blijken in de politieke praktijk vooral bezig om te heersen.
Zij raken met andere woorden vervreemd van hun maatschappelijke basis.
Dit kunnen we momenteel zien in Frankrijk waar de heersende politieke elite
volkomen blind was voor het uitzichtloze bestaan van jongeren aan de onderkant
van de samenleving.
Niet dat de vernielingen kunnen worden gerechtvaardigd: maar is het vreemd wanneer
de asociale arrogantie van de elite een asociale reactie oproept?