Iedereen lijdt aan heterofobie, oftewel angst voor het andere.
Heterofobie wordt opgeroepen door het gevoel dat men geen controle over de
situatie heeft.
Heterofobie is een gevoel van ongemak dat mensen overvalt wanneer ze worden
geconfronteerd met anderen met wie ze niet gemakkelijk kunnen communiceren,
die zich niet op de vertrouwde manier gedragen.
Het politieke en religieuze radicalisme zouden we kunnen beschouwen als een
extreme vorm van heterofobie.
De oorsprong van het radicale denken ligt in het waanidee dat men volledige
controle over het eigen lot zou kunnen verkrijgen en dat het kwaad niet in iedereen
schuilt maar alleen in de ander.
Wanneer men eenmaal overtuigd is van de gedachte dat de ander het kwaad belichaamt
dan is de volgende stap dat men zich van het kwaad meent te kunnen verlossen
door zich van de ander te ontdoen.
Om dat voor elkaar te krijgen moeten eerst de eigen morele remmingen worden
uitgeschakeld. Dit gebeurt door de sociale afstand tot de ander zodanig te vergroten
dat men in de ander niets gemeenschappelijks meer herkent maar hem als een inferieur
en onmenselijk wezen beschouwt.
Als deze strategie van vervreemding zo succesvol is dat de weerloosheid van
de ander geen beroep meer doet op het mededogen, dan kan men de ander met een
schoon geweten uit de weg ruimen.