De laatste tijd worstelen nogal wat kunstenaars met de vraag of kunst de
wereld kan verbeteren.
Aangezien niemand precies heeft gedefinieerd wat we nu onder het verbeteren van de wereld moeten verstaan kan hier dus eindeloos
over worden doorgepraat. Al een paar honderd jaar voor Christus probeerde
de kunstenaar Perillus het bestaan van de kunst tegenover de wereld te
rechtvaardigen toen hij in opdracht van Phalaris, de tiran van Agrigentum,
een koperen stier ontwierp waarin mensen konden worden opgesloten.
Het ingenieuze zat hem vooral hierin dat wanneer de stier op een vuur werd
geplaatst de kreten van de ongelukkigen als stierengeloei naar buiten
kwamen.
De tiran Phalaris was dermate van dit meesterwerk onder de indruk
dat hij besloot dat de kunstenaar zelf het eerste slachtoffer van zijn
boosaardige uitvinding mocht zijn.
En zo werd de kunstenaar dus door zijn eigen creatie, door zijn eigen verlangen om zich nuttig te maken, op de horens genomen.